Van een verhuurder van meer dan 10 woningen in de gereguleerde sector (sociale huurwoningen) wordt een zogeheten ‘verhuurdersheffing’ geheven. Deze heffing geldt niet alleen voor woningcorporaties maar ook voor particuliere eigenaren die meer dan 10 sociale huurwoningen verhuren.

Onlangs komt de advocaat-generaal in zijn advies aan de Hoge Raad tot het oordeel dat de verhuurdersheffing discriminerend kan uitpakken. Dit is met name het geval bij sociale huurwoningen waarover verhuurdersheffing geheven wordt en in eigendom zijn van meerdere eigenaren.
Veel gemeenten richten de WOZ-beschikking bij gezamenlijk eigendom aan de oudste mede-eigenaar, hetgeen volgens de advocaat-generaal leidt tot leeftijdsdiscriminatie. Dit vanwege het feit dat de aanslag (zonder geldige rechtvaardigingsgrond) doorgaans aan de oudste mede-eigenaar wordt opgelegd. Groter nadeel is dat de verhuurdersheffing niet de mogelijkheid kent waarmee de mede-eigenaar die de aanslag heeft ontvangen, deze heffing kan verhalen op de overige mede-eigenaren. Een onbedoeld effect van de heffing is dat degene die de aanslag opgelegd heeft gekregen, volledig de vrijstelling verliest voor eventuele andere sociale huurwoningen waarvan hij alleen eigenaar is, terwijl de overige mede-eigenaren wel de vrijstelling voor de verhuurdersheffing voor 10 andere woningen behouden.

Heeft u het idee als verhuurder ook op deze manier te worden gediscrimineerd, maak dan tijdig bezwaar tegen de aanslag en neem vrijblijvend contact met ons op.

Tenant Huurwoningen, 13 februari 2017
085-047 10 87, info@tenant-huurwoningen.nl